Sector
  • Alle onderwijstypen
Vakgebied
  • Rekenen/wiskunde
  • Wiskunde
Leerplankundig thema
  • Curriculummonitoring & -evaluatie
  • Onderzoek / Evaluatie

Toekomstbestendig reken/wiskundeonderwijs

7-7-2017

​Inleiding

Wilt u snel een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen en knelpunten in het curriculum van rekenen en wiskunde? Onze trendanalyses bieden dat overzicht. Deze richten zich vooral op het primair en voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Op deze pagina leest u wat de meest recente inzichten zijn en waar deze op gebaseerd zijn. Relevante documenten staan op deze pagina.

   

Doelen van het huidige reken/wiskundeonderwijs

Het reken/wiskundeonderwijs in Nederland heeft tot doel vaardigheden te verwerven om:

1. (wiskundige) problemen op te lossen;
2. wiskundige of rekenkundige modellen op te stellen en te gebruiken;
3. wiskundig te redeneren;
4. wiskundige formalismen te hanteren.

Om het bovenstaande mogelijk te maken is het noodzakelijk dat leerlingen:

5. basiskennis en –procedures beheersen;
6. correct communiceren in, met en over wiskunde;
7. gebruik kunnen maken van ict-hulpmiddelen, de (grafische) zakrekenmachine in het bijzonder. 

Voor dit bovenstaande is een zeker niveau van reken/wiskundig inzicht noodzakelijk.

In de onderstaande figuur zijn deze zeven zogenaamde metadoelen van reken/wiskundeonderwijs in beeld gebracht. In het rechtermenu worden ze nader omschreven.Figuur 3 VTA.jpg

Welke metadoelen meer of minder belangrijk zijn, kan onder andere worden afgeleid uit hoe de wiskunde-examens in het voortgezet onderwijs zijn samengesteld. De samenstelling van deze examens uit de jaren 2010 – 2015 (eerste tijdvak) staat in onderstaande figuur.

 

Samenstelling alle examens.jpg 

  

Welke resultaten behalen de leerlingen?

Aan de hand van examenresultaten wiskunde van de jaren 2​010 tot en met 2015 hebben we onderzocht hoe goed leerlingen in het voortgezet onderwijs op elk van deze metadoelen presteren. In de onderstaande figuur staat hoe zeer de p'-waarden op de metadoelen verschillen van die op het hele examen. De p'-waarde van een opgave, metadoel of examen is het gedeelte van de maximale score die alle leerlingen samen behaald hebben.

Examenprestaties 2010 2015.jpg 

Wat vinden leerlingen van dit reken/wiskundeonderwijs?

Ruwweg kan worden gesteld dat Nederlandse leerlingen minder dan hun medeleerlingen in veel andere landen rekenen/wiskunde – zowel inhoud als lessen – aantrekkelijk vinden. Hun zelfvertrouwen is hoger dan die van hun medeleerlingen in de meeste andere landen. In het primair onderwijs vinden leerlingen rekenen/wiskunde nog belangrijk genoeg om goed op te presteren. In het voortgezet onderwijs denken de leerlingen daar nogal anders over. Nadere informatie hierover staat in het rechtermenu.

 

Wat zou er kunnen veranderen?

Op grond van ons onderzoek stellen we voor de volgende metadoelen voor het reken/wiskundeonderwijs aan de bestaande toe te voegen:

  • Leerlingen doen inzien dat wiskunde bijdraagt aan een betere wereld.
  • Leerlingen doen inzien dat ze rekenen/wiskunde kunnen toepassen in andere vakken.
  • Leerlingen leren ict te benutten in plaats van te gebruiken

Daarnaast zijn in ons onderzoek twee mogelijke nieuwe onderwerpen naar voren gekomen:

  • Statistiek, stochastische processen en statistische methoden voor onderzoek naar verbanden en patronen in grote gegevensverzamelingen. Dit onderwerp staat in de belangstelling omdat hij gereedschappen biedt "big data" te analyseren.

  • Discrete wiskunde, algoritmiek en computationele wiskunde, efficiëntie van (computer)algoritmen, recursie, iteratie, vergelijking van algoritmen en de dynamiek van complexe systemen, waaronder globale netwerken. 
 

Nieuwe accenten voor het reken/wiskundeonderwijs

Een reken/wiskundecurriculum dat op deze leest geschoeid is, kent een aantal nieuwe accenten.

  • Meer dan nu maakt actualiteit en maatschappelijke context deel uit van het curriculum.

  • Het curriculum bevat meer dan nu grotere opdrachten met een open karakter, die niet noodzakelijk een eenduidige oplossing hebben.

  • Meer dan nu werken leerlingen met ict-middelen, niet alleen als rekenhulp of toegangspoort tot informatie, maar ook als modelleergereedschap, simulatietool en exploratie-instrumentarium.

  • Er is ten minste sprake van onderlinge afstemming met andere schoolvakken over de programmering en de didactiek van verwante onderwerpen. Nog beter is het als een curriculum onderdelen kent waarin de gemeenschappelijkheid met andere vakken tot uitdrukking komt.

Relevante documenten treft u hi​er​ aan.